Betekenisvolle gedichten

Zou het kunnen?
Als de wind hard genoeg waait,
dat hij de waarheid wegblaast?
Dat hij tranen droogt…
en het verdriet diep vanbinnen troost?
Zou het kunnen…
Als het hard genoeg regent,
de druppels versmelten met het leed?
Dat het verdund wordt,
waardoor je het allemaal even vergeet?
Zou het kunnen…
Als je lang genoeg wacht,
dat de zon vanzelf weer gaat schijnen,
dat ze je warmte geeft?
Dat jij je terug fit voelt,
dat je verder kan zonder pijn?
Als dat zou kunnen…
mag het dan morgen al terug lente zijn?
(Ann Bogemans)

Laat me vloeken om de onrechtvaardigheid van het leven.

Laat me beven voor de onpeilbare diepte van de dood.

Laat me huilen als een weerwolf om de pijn van het verlies.

Laat me niet begrijpen waarom.

Gun me mijn woede voor ik me buig voor de onbeheersbare krachten.

Gun me mijn verzet voor ik deemoedig erken:

Het is zo,

Het zij zo.

Zodat ik me weer kan openen voor het leven,

Heropbouw wat te herstellen valt.

Een leer te leven met wat definitief verloren ging.

En laat me wanneer de pijn weer opborrelt,

Laat me dan opnieuw beginnen,

Met de éérste zin.

(Scherven van Hilde Vleugels)


Ik breng je dragende stilte,
simpelweg aanwezig zijn
Ik breng je adem – ruimte
onderkomen voor de pijn

Ik breng je tedere tussentijd
om te koesteren en te dralen,
dauwdruppels herinneringen,
hart – verbindende verhalen

Ik breng je zachte bloemenpracht,
een bankje uit de wind,
een biddende waakvlam in de nacht,
de glimlach van een kind

(Trage troost van Myriam Olivier)


Ga niet naar anderen, als dat leed u slaat

dat de mens kromt, of als een wig hem splijt.

Ga niet naar anderen: raak uw kracht niet kwijt,

die harde kern waarmee ge het bestaat

en houd uw huis in stand, gelijk  altijd.

 

Ga niet naar anderen: hun blik verraadt

weigering te beseffen wat er is.

Straks woelt hun onrust om in uw gemis.

Mijd hun bedisselen, hun ergernis

dat ge u blijkbaar niet gezeggen laat.

 

Zoek het bij een goede vriend, u toegewijd,

één die u niets verwijt, niets vraagt, niets raadt,

maar u verdraagt met uw bescheid gelaat.

Die, zelf zwijgzaam, u kent voor wie gij zijt,

en merkt dat het, nog bevend, berg-op-gaat.

(Ida M. Gerhardt)