Tweelingen van wie er maar één depressies heeft…

Tim Spector, hoofd tweelingstudies van het Londense King’s College, kent tweelingparen van wie er maar één depressies heeft. Hij verklaart dat met ­epigenetica. Volgens die leer kunnen allerlei omgevingsfactoren bepaalde ­eigenschappen van ons dna aan- en uitzetten: een wisseling van school, relatieproblemen, ongezonde eetgewoonten… Al die dingen veranderen het dna niet – de volgorde van de basisparen blijft hetzelfde – maar het is mogelijk dat sommige genen daardoor beter of juist slechter worden ‘uitgelezen’. Als gevolg daarvan gaan tweelingen verschillen in persoonlijkheid, kunnen ze andere genetisch bepaalde ziektes ­krijgen, en zelfs van lengte verschillen.

bron: https://www.psychologiemagazine.nl

Depressie

“Mijn tweelinghelft kampte al enige tijd met een depressie en slikte antidepressiva. Ze was in behandeling, maar ik had geen zicht op haar pieken en dalen. Ik heb met mijn zus over haar mentale gezondheid persoonlijk gesproken, maar achteraf denk ik onvoldoende. Inmiddels weet ik dat het voor haar ook heel moeilijk was om ermee naar buiten te komen.”

“Mijn tweelinghelft verliet het leven … ze was niet levensmoe maar wou een ander leven. Ze wou het hier en nu uitschakelen.

Ik ontleende een boek in de bib met een hoofdstuk over de geladenheid van het woord suïcide. Nog altijd heb ik geen eigen woord hiervoor gevonden, dat duidelijk zou zijn voor anderen en waar ik een ander gevoel zou bij hebben wanneer ik het uitspreek. Het woord zelfbeschikkingsrecht komt er als iets dichter bij, want dat is juist het moeilijke… de periode ervoor en het schuldgevoel dat je er aan over houdt. De Duitse filosoof Friedrich Nietzsche vond een ander synoniem uit, het begrip “Frietod”. Egidius omschreef het als “Zelf-euthanasie” in Lamento van David Van Reybrouck.

De manier waarop ze is komen te overlijden, daar ben ik zelf achtergekomen. Ik kon mijn verdriet daarom ook met bijna niemand delen. We kregen geen slachtofferhulp en zelfdoding is een taboe. Mensen weten vaak niet hoe ze je kunnen aanspreken. Ze is dood, maar wordt op deze manier ook doodgezwegen. Het ontbreken van een concreet graf waar ik naartoe kan gaan, heeft het verlies zwaarder gemaakt.”

Van een wij naar een ik

Als kind hadden we een ‘wij’gevoel. Toen we tiener waren, hebben onze ouders ons gestimuleerd om onze eigen persoonlijkheid te ontwikkelen. We gingen naar een andere school. Deze scheiding was goed voor ons. Zo konden we een eigen identiteit vormen.

Verlies na verlies

“Het overlijden van haar heeft voor een scheur in de familierelaties gezorgd. We konden het verdriet niet voldoende delen. Misschien speelt het een rol dat ik op mijn tweelinghelft lijk, maar dat weet ik niet zeker. Ik heb mezelf in bescherming genomen. Ik zoek veiligheid op in mijn contacten maar zorg er ook voor dat ik mij niet afsluit.”

Verder leven

Na haar dood vond ik het moeilijk om haar te zien voor wie ze was als persoon in plaats van hoe ze is gestorven. Je ervaart een verlies door zelfdoding zo dubbel en zwaar, beladen vanuit jezelf en je omgeving. Je bent zelf een slachtoffer van het slachtoffer.

Nu enkele jaren later kan ik het tweeling zijn weer eren. Ik ben namelijk nog wél een tweeling. Onze geboortedatum en haar overlijdensdatum zijn moeilijke momenten in het jaar. Als ik haar naam geschreven zie staan op mijn verjaardagskaarten of mensen haar naam nog uitspreken, dan geeft mij dat een goed gevoel als lone twin.”

onlinehulpverlening